Zoeken
                              
Hoe ziet een dag in groep 3 eruit?

Als de kinderen binnenkomen begroeten wij elkaar altijd bij de deur. Goedemorgen Tess, wat heb je een mooie jurk aan, of goedemorgen Kiron, hoe was het gisteren bij zwemles? Op dat moment vertel ik ook even snel wat de kinderen mogen gaan doen.  
                                                       
Wij beginnen meestal met boekjes lezen, woordjes lezen, schrijven met het ringboekje of woordjes schrijven en lezen met behulp van het klik-klak boekje. Dit hoort allemaal bij het programma van Veilig leren lezen, de methode die wij in groep 3 gebruiken. Als iedereen binnen is en klaar met deze startopdracht dan beginnen we met de les. De kinderen kunnen aan de dagritmekaarten van Pompom zien wat we allemaal gaan doen.
                                                                                                                                            
Wij gaan een nieuw woord aanleren en de letters van het woord hakken (analysere) en plakken (synthetiseren). Daarna mag iedereen achter zijn stoel gaan staan om de nieuwe letter van het woord en de letters die wij al weten snel te benoemen (flitsen) met een mooie springende beweging erbij.
Na een korte instructie (uitleg) gaan wij aan het werk in onze schriftjes. De nieuwe letter van het woord wordt visueel en auditief gezocht.    

                                                                                                                      
De kinderen die al meer kunnen hebben een zonschriftje en de kinderen die het nog een beetje moeilijk vinden mogen samen met mij aan de grote tafel de les verwerken. Wie klaar is kan verder aan zijn weektaak.
Van het harde werken krijgen wij dorst en trek en als we hebben gegeten en gedronken dan gaan we heerlijk even buitenspelen. Er moet dan nog worden gerekend en worden geschreven.
Rekenen doen wij met behulp van de methode Alles Telt. Twee keer per week hebben wij een les uit het boek, dan praten we over rekenproblemen en drie keer per week werken wij in een rekenschrift. 

Als er een nieuwe letter moet worden geschreven, mogen de kindern de letter eerst kleien. Een goede oefening voor de fijne motoriek en een leuke afwisseling van de dagelijkse activiteiten. 

Eén keer in de week zijn de lessen van de Vreedzame school aan de beurt. Hier leren wij hoe we op een prettige manier met elkaar om moeten gaan. Dansen en zingen wordt bij ons niet vergeten. Het liedje van kabouter Knip weten wij al uit ons hoofd. Knutselen en spelen mogen wij ook nog graag doen. Twee keer per week hebben we gymles in de Kreek en af en toe vieren wij feest als er een jarige Job of Jet in de klas aanwezig is.

Lesstof aanbod            
                                     
Rekenen
Voor rekenen maken we gebruik van de methode Alles Telt. Instructielessen worden afgewisseld met zelfstandige lessen. Voor een uitgebreide beschrijving wat de kinderen leren in groep 3 kunt u op deze link klikken.

Schrijven en Bewegingsonderwijs.
Schrijven is niet alleen een fijne motorische activiteit. Het gaat om de gehele motoriek, waarbij een goed lichaamsbesef en een goede coördinatie van alle zintuigen enerzijds en de beweging van het lichaam anderzijds heel belangrijk is.
Het schrijfonderwijs is eigenlijk bewegingsonderwijs.  Dat houdt in dat je om te leren schrijven heel veel moet oefenen. Niet alleen met de pen in je hand, maar met je hele lichaam. Het lichaam van kinderen verandert nog snel. Daarom is bewegingsonderwijs een belangrijke hulp bij het ontwikkelen van een goed lichaamsbesef en een soepele coördinatie.

Schrijven leer je op school, maar thuis kunnen ouders ook veel doen.
Waar kunt u thuis op letten? 
- Oefen thuis met schrijven met potlood. Dat is het beste voor een kind dat begint met schrijven. Gebruik een hard potlood (type H). HB en B zijn meer om te tekenen. Gebruik eventueel een driekantig potlood, te koop in de kantoorboekhandel. Leer het kind géén blokletters (hoofdletters) als handschrift.
- Oefen niet met het overtrekken van gestippelde (blok)letters (zoals je vaak ziet in de oefenboekjes die je bij de drogist kunt kopen), maar oefen alleen met het volgen van vloeiende lijnen en bewegingen. Oefen met het kind om rechte en schuine lijnen te tekenen, maar ook krommen, lussen, krullen en zigzaglijnen (ook vormen als cirkels, vierkanten, driehoeken etc.), waarbij ze vooral het potlood op het papier houden.
- Oefen met je kind het totale lichaamsevenwicht: met dansen, springen, wiebelen op een grote bal, op een muurtje lopen, etc.
- Doe (ontspannings-)oefeningen voor de handen en armen: speel piano op tafel, duim en vingers elkaar laten aantikken, knikkers verwisselen in de hand, spelen met vingerpoppetjes, rijgen, vlechten, boetseren, draaiende bewegingen met de pols, symmetrische grote bewegingen met de armen, en 8-vormige bewegingen.
- Zorg ervoor dat uw kind voldoende beweegt: ga hinkelen, oefen de koprol, laat het vangen en gooien met een bal, en oefen met touwtjespringen.
- Kijk goed naar hoe je kind schrijft. De meeste kinderen zijn rond het 6e jaar schrijfrijp. Een kleuter kan met zijn vuistgreep (krijtje in de volle hand) nog niet dezelfde fijne bewegingen maken als een ouder kind. In groep 3 mag het kind bij het tekenen niet meer vanuit het schoudergewricht bewegen of met de elle boog, maar juist alleen vanuit de pols en de vingers. Zo kan hij leren een vloeiende en nauwkeurige beweging te maken, waarin de bewegingen een zeker ritme krijgen. Ook moet een kind in staat zijn om zijn bewegingen af te stemmen op zijn zintuigen: er moet een goede samenwerking zijn tussen ogen en handen, het voelen met de vingers, de hand en de arm.
- Als ouder kun je het beste kijken naar het proces en niet zozeer naar het product. Let dus niet op de hanenpoten, en 'niet tussen de lijntjes schrijven', maar op eventuele moeilijkheden bij het proces. Het doel is niet 'mooi', maar wel 'soepel en vlot'. Als je ontdekt wat goed gaat en wat niet, kun je daarin bijsturen.
- Let erop dat je kind het potlood goed vasthoudt. Dat wil zeggen: 2 cm boven de punt voor een rechtshandige, 3 cm voor een linkshandige, niet krampachtig, met weinig inspanning in alle schrijfbewegingen.
- Schrijft je kind linkshandig, dan moet de linkerbovenhoek van het papier iets hoger liggen, en het potlood moet iets hoger worden vastgehouden.
- Controleer uw kind een goede schrijfhouding heeft. Dat wil zeggen: de elle bogen net iets over de tafelrand, een kleine ruimte tussen het lichaam en de tafel, rechtop met de voeten op de grond, de afstand tussen de ogen en het papier ongeveer 30 cm, papier schuin, de niet-schrijvende hand losjes op papier (en niet onder het hoofd).



Lezen
De kinderen beginnen in augustus met kern 1 en in de loop van het schooljaar krijgen zij alle kernen aangeboden. Hieronder kunt u zien welke letters en woorden er in de verschillende kernen worden aangeboden.

Kern 1: ik - maan - roos - vis - sok - aan -pen- en
In deze kern leert uw kind:
Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e
Woorden: ik - maan - roos - vis - sok – aan – pen - en
Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet!
Klanken
Sommige kinderen ontdekken in de woorden niet alleen de letter die bij dat woord wordt aangeboden (zoals –r- van roos) maar ze ontdekken ook de klanken van de andere letters: -oo- en –s-. Voor sommige kinderen is het een extra uitdaging om ook met die letters te experimenteren. Als deze kennis er niet spontaan is, dring het dan niet op. Het belast het kind onnodig. De basiskennis blijft alsnog het belangrijkst.
Systeem van schrift
Aan de hand van de oefeningen in de klas ontdekt uw kind langzaam maar zeker het systeem van ons schrift: woorden bestaan uit losse letters en met die losse letters kun je oneindig veel nieuwe woorden maken. Vis bestaat uit de letters v-i s. Van vis kun je heel makkelijk -is- maken. En met de -m- van maan krijg je het woordje -mis-. Het lijkt zo simpel, maar voor kinderen is dit een heel belangrijke ontdekking.

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog
In deze kern leert uw kind:
Letters: t – n – b – oo – ee
Woorden: teen - een - neus - buik - oog
De letters i - m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden. De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt met behulp van het digibord. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.
Hakken en plakken
Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord. Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.
Waardering
Wat is er voor uw kind leuker dan thuis te laten zien wat het allemaal al kan? Het is belangrijk dat uw kind zelfvertrouwen krijgt bij het lezen. Spreek daarom altijd uw waardering uit over de leespogingen en de schrijfsels van uw kind, ook al gaat er nog wel eens iets mis.

Kern 3: doos-poes-koek-ijs-zeep
In deze kern leert uw kind:
Letters: d - oe - k - ij - z
Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep
Herhaling van de letters van kern 1 en 2
Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’
Woorden en zinnen
Uw kind is bij het begin van kern 3 alweer een week of 7 in groep 3. Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren. Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).
Uw kind leest ook al korte zinnen:
ik eet een vis. 
een kip en een aap. 
tim zit bij een boom.
Veilig & Vlot
Waarschijnlijk heeft u al vaker gehoord dat er op school gewerkt wordt met Veilig & Vlot? Veilig & Vlot is een boekje met woordrijtjes die opklimmen in moeilijkheid. Uw kind leert hiermee niet alleen correct, dus foutloos woorden lezen, maar juist ook vlot. Vlot lezen is een belangrijke voorwaarde voor het begrijpend lezen.
Vraag uw kind maar eens naar de verschillende werkjes die het op school maakt. Uw kind zal dat zeker graag willen vertellen.

Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut
In deze kern leert uw kind:
Letters: h - w - o - a - u
Woorden: huis, weg, bos, tak, hut
De letters i - m - r - v - s – aa - p – e - t – ee - n – b – oo zijn bekende letters geworden. 
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt. Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’. Dit thema heeft veel mogelijkheden om rondom ‘woonomgeving‘ of bijvoorbeeld verkeer allerlei activiteiten te doen. Ook ‘het bos’ kan als thema gekozen worden.
De derde-persoons-t
In deze kern leert uw kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: 'loopt', 'maakt' en 'rent'. U zult merken dat uw kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel hoe knap u dat vindt.

Kern 5: reus-jas-riem-bijl-vuur-hout
In deze kern leert uw kind:
Letters: eu - j - ie - l - ou - uu 
Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur
Uw kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur. 
Het thema van deze kern is ‘sprookjes’ of ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, kerst of over de winter.
De letter eu
In deze kern leert uw kind onder andere de letters bij de klanken eu – ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit 2 tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. U praat dus over de letter –eu-. Niet over de letters e-u.
Wisselwoorden
Uw kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat uw kind wisselwoorden maken met de laatst geleerde woorden en letters.
Boekjes lezen
Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!
 
Kern 6: geit-uil-pauw-duif-ei
In deze kern leert uw kind:
Letters: g - ui - au - f - ei
Woorden: geit, uil, pauw, duif, ei
Alle letters compleet
In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker (kei) kunnen kunnen worden gelezen. De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het voorleesverhaal, behorend bij het thema ‘Wat komt er uit een ei?’.
Begrijpend lezen
Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.
Begrijpend lezen oefenen
Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Uw kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren.
Vlot lezen oefenen
Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.

Kern 7: sch-woorden en ng-woorden
In deze kern leert uw kind:
Letters: hoofdletters
Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank
Alle letters compleet
In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle letters geleerd. In principe kan het nu eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen. Alleen moet het herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd. In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat moeilijker zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden zoals kist, drop, hond, slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en woorden van 2 en 3 lettergrepen. Ook oefent uw kind om niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en geoefend. Ze zijn verdeeld over verschillende kernen.
Schatgraven
In kern 7 komen vooral de sch -woorden aan de orde en woorden met het lettercluster ng (ring). Bovendien maken kinderen al kennis met woorden met 2 medeklinkers vooraan en achteraan (stoel, lamp), woorden met –d en –b achteraan (heb, bad) en samenstelling (zakmes). Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters.
Het thema van kern 7 is: schatgraven, avonturen beleven, piraten. Het verhaal waarmee de kern start gaat over het vinden van een schat op een schip.
Nog niet altijd verbeteren
Kinderen zijn ook steeds beter in staat om woorden en zinnen te schrijven. Toch zullen kinderen nog niet alle woorden foutloos schrijven. De leesproblemen zijn soms te moeilijk om de afwijkende schrijfwijze meteen ook onder de knie te hebben. Zo kan het kind al snel woorden lezen met de letter –d- achteraan. Maar het foutloos schrijven van woorden als ‘heb’ en ‘had’ is moeilijker. Vandaar dat vanaf kern 7 het kunnen lezen en kunnen schrijven van woorden niet meer helemaal parallel lopen. Als uw kind toch woorden schrijft waar spelfouten in zitten, hoeft dat dan ook nog niet altijd verbeterd te worden.

Kern 8: bank - licht
Woorden met 2 medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent uw kind met samenstellingen: Ook leert uw kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu' Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht.

Kern 9: bedoel - verhaal - gezin
Dit leert uw kind in deze kern:
Uw kind maakt kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei komen voor in eenvoudige woorden als ‘kraai’, ‘kooi’, ‘groei’. In deze kern maakt uw kind ook al kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker, kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.
Begrijpend lezen
In kern 9 maakt uw kind kennis met allerlei oefenvormen voor begrijpend lezen.
Enkele voorbeelden: Uw kind krijgt steeds een zin of een korte tekst. Daarna worden 3 uitspraken gedaan. Slechts 1 van de 3 uitspraken past bij de zin of tekst.
Voorbeeld: Els maakt een jurk. Die is voor de pop van Noor. Bij deze korte tekst staat een tekening. Uw kind kan kiezen uit de volgende uitspraken: 
(1) De pop is van Els. 
(2) Noor maakt een jurk. 
(3) De jurk is voor de pop.
Waarschijnlijk zal uw kind in het begin fouten maken bij deze oefenvorm, omdat het te snel denkt dat een bepaalde uitspraak wel goed zal zijn. Uw kind leert dat het de gekozen uitspraak goed moet controleren door de zin of tekst nog een keer te lezen.
Zinnen in de juiste volgorde plaatsen
Ook het plaatsen van zinnen in de juiste volgorde met behulp van een plaatje is een van de oefenvormen. Met behulp van slechts één afbeelding kiest het kind welke van de zinnen de eerste zin is, welke de volgende etc.
 
Kern 10: moeder-geluk-eerlijk
In deze kern leert uw kind:
woorden met 2 lettergrepen
Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'ge-luk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig', 'schui-ven', 'be-doel' en 'hel-ling' worden gelezen. Het ontdekt en leest lettergrepen, die ook wel 'stukjes van woorden' worden genoemd. De leesmoeilijkheden breiden zich uit. Woorden met ieuw, eeuw en uw worden geoefend, woorden als plant en straat komen aan de orde.
Open lettergrepen
Ook maken de kinderen kennis met de open lettergreep (maken, vogel). 

Kern 11: vragen, prachtig en appelmoes
In deze kern leert uw kind:
woorden met 2 en 3 lettergrepen
In kern 11 wordt verder geoefend met woorden waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, maar nu beginnen de woorden met een cluster. Het gaat om woorden als: vragen, spelen, schotel, sturen. Ook komen tweelettergrepige woorden voor die eindigen op ‘lijk’, ‘tig, of ‘ing’, zoals moeilijk, prachtig, koning. En er wordt een begin gemaakt met eenvoudige drielettergrepige woorden zoals appelmoes, vuilnisbak en blokkendoos.
Het thema van kern 11 is ‘mijn lievelingsboek’. Opzoekboeken, dagboeken, woordenboeken, leesboeken, atlassen, kortom alle boeksoorten kunnen een plek krijgen in deze kern.
 
Kern 12: de basis is gelegd
In deze laatste kern is de basis voor vlot leren lezen gelegd. Kinderen zijn begonnen met het leren van letters, het lezen van eenvoudige eenlettergrepige woorden en zijn gegroeid naar het lezen van meerlettergrepige woorden.
Kinderen kunnen nu verder werken aan het verbeteren van hun leesvaardigheid tot het niveau waarop wij als volwassenen lezen. Die weg naar het uiteindelijke leesniveau is opgedeeld in stappen, die herkenbaar zijn als avi-niveaus. Aan het einde van groep 3 zijn de meeste kinderen in staat om teksten te lezen op het niveau van avi E3.
Een boek mee op vakantie!
In groep 3 heeft uw kind een leesontwikkeling doorgemaakt die het in staat stelt om eenvoudige kinderboeken te lezen. Waarschijnlijk hebt u de weg naar de bibliotheek al lang gevonden. En wij hopen dat u die weg blijft volgen. Vooral in de vakantie is het belangrijk dat de zojuist veroverde leesvaardigheid niet 6 weken lang stilligt. Stimuleer het lezen van boeken ook in de vakantie.
Samen lezen
Is uw kind niet zo’n actieve lezer? Stimuleer dan het lezen van boeken door vaak samen met uw kind te lezen. Misschien vindt uw kind het moeilijk om zelfstandig een boek te lezen? Lees dan regelmatig een stukje van het boek voor waarin uw kind leest. Laat uw kind wel meelezen, bijwijzen, eventueel samen met u hardop lezen. Vooral als het technisch lezen wat moeizamer verloopt heeft uw kind veel steun aan iemand die hardop meeleest. Daarbij houdt uw kind echter wel plezier in het lezen van boeken.
De teksten die uw kind in groep 4 aangeboden zal krijgen sluiten aan bij het leesniveau van eind groep 3. Een terugval in leestempo en leesvaardigheid zou niet bevorderlijk zijn voor de leesontwikkeling en het leesplezier van uw kind.